quo vadis?
Eerst maar even het werk van deze week: 2 keer Lyngenfjord. Ik ben nu echt aan't experimenteren met de tonen, de tinten van de landschappen die ik gezien heb.

Hoe jammer ik het ook vind, werken naar foto's is toch anders dan buiten schilderen naar de waarneming, het werk wordt vanzelf zorgvuldiger, bestudeerder, maar ook visueel eenvoudiger. Ik mis de levendigheid, de durf om te falen als ik thuis werk. Dit is werk van een kamergeleerde, zoals ook het meeste atelierwerk dat ik van anderen zie. Verbazend veel kunstenars lijken terug te schrikken voor een serieuze confrontatie met de werkelijkheid (en bij de meeste Kunstkenners trouwens ook). Ik moet daar misschien ook eens een blogje aan besteden.
Vol ongeduld wacht ik op de echte lente, te terugkeer van kleur en leven buiten. Ik fiets elke dag lang een grote wilg met karakteristieke stam en takken, en lange treurige twijgen. Ergens de komende weken krijgen die een vage groene waas, subtiel, een weemoedige kleur. Vrolijk maar niet echt durven. Voor mij is daar het begin van de lente. Ik wil die boom schilderen, en wacht vol ongeduld op die waas en het juiste licht.
Ik twijfel nog over wat ik dit jaar ga doen. Noorwegen zit er dit keer niet in. Maar ga ik eind april weer naar Frankrijk, of ga nu eens echt voor een Nederlands jaar? Limburg is mooi, maar de rest van Nederland is ook de moeite waard. Als ik kleur wil zou ik dit voorjaar naar de bollenstreek kunnen gaan. Geen idee wat ik daarvan zou bakken, maar het is wel eens wat anders voor mij. Hooikoorts, jawel, maar ook kleuren die je verder nooit buiten ziet, althans niet op die schaal en in die vorm. En de rechte lijnen van polders en zeeuwse dijken trekken me ook wel. Daar zou ik wel een zomer aan kunnen besteden. Aan de andere kant zou ik dit jaar ook eens twee keer Frankrijk kunnen doen; een week in het voorjaar, en wat langer in de zomer. De eindeloze graanvelden in Noord Frankrijk misschien? Ik zie nog wel.