• Drukken en afdwalen

    17 juni 2017

    Eens kijken, hier was ik de vorige week gebleven:

    Een keurig gesneden lino, klaar om te drukken.

    Ik ben om te beginnen maar even aan de slag gegaan met wat ik al ken; gewoon een handdruk maken. Geen pers, geen ingewikkelde Japanse foefjes, gewoon de linoleum ininkten en een nette afdruk wrijven met een lepel. Op simpel 80 grams printerpapier; goedkoop, en in ruime mate voorhanden.

    Stap 1 is het papier een beetje vochtig maken. Dan voegt het zich soepeler tijdens het drukken, en het papier neemt gemakkelijker de inkt aan. Een gladde geplastificeerde plank, een sproeifles (oude Glassex fles) en een keukensponsje, sproei sproei, veeg veeg, netjes neerleggen en het volgende wel erop. Op de achterkant weer sproei sproei, veeg veeg, volgende. En als ik een stuk of 8 vel zo heb klaarliggen (wat bobbelend en wel) een lap plastic erover, en geef het een uurtje om in te trekken.

    Printerpapier is aan de dunne en slappe kant hiervoor, dat merk ik wel, wat dikker echt hoogdrukpapier neemt water gemakkelijker op en blijft wat vlakker, maar dit werkt wel. En we hebben het hier over proefdrukken.

    Vervolgens inkt op waterbasis uitrollen op een glasplaat, met een rubber rol. Een

    paar druppels water erbij, even mengen met een plamuurmes, en dan uitrollen.

    Rol in de inkt, rol van onder naar boven over de glasplaat, optillen, en weer rol van onder naar boven.

    Niet heen en weer rollen, hoe sterk de verleiding ook is, het doel is een dunne gladde en vooral gelijkmatige laag inkt.De reflectie van licht op de inkt laat zien hoe gelijkmatig de laag wordt.

    Daarna is de linoplaat aan de beurt. Met de inktrol inkt opnemen van de glasplaat, en dan uitrollen over de lino. De laag moet zo dun mogelijk zijn, en gelijkmatig.

    Al met al is dit denk ik het meeste werk van elke afdruk; goed gelijkmatig maar niet te ‘vet’ ininkten. Te vet zorgt voor dikke inktranden in de afdruk, en voor kleine details die wegvallen, te dun levert geen goed zwart op. Even wat extra aandacht voor de randjes van de lino, en door naar de reflectie van licht op de inkt te kijken zie ik ook hier of het goed gelijkmatig is. Aan het eind even wat inkt wegvegen met een velletje keukenrol waar ik buiten de linoplaat gerold heb…

    En dan de druk maken. Een van de ingevochte vellen netjes over de lino leggen, opletten dat er geen bobbels en vouwen zijn. Even met de hand aanwrijven, dan leg ik er een vel siliconenpapier overheen voor soepel afdrukken en om het papier te beschermen. Siliconenpapier is dat gladde papier dat op de achterkant van stickers zit, of –in mijn geval- aan de achterkant van een etiketten vel voor de printer. En dan is het wrijven geblazen. Ik gebruik gewoon een soeplepel voor dit soort werk. Bolle kant omlaag, vingers links en rechts op de rand van de lepel, en dan links rechts en op en neer en schuin, alsof ik de hele achterkant ben aan’t arceren.

    Hierbij helpt het wel als een lino niet te groot is, dat gaat een stuk sneller.

    Aan de achterkant vschemert langzaam de afdruk wat door (en als het papier iets te nat is zelfs veel meer, zoals hier links onder). De grote vegen die ik maak met wrijven zijn aan de achterkant ook te zien, maar als het goed is lopen die op de voorkant mooi door elkaar tot een egaal vlak. Als ik denk dat het goed is kan ik heel voorzichtig van een kant af de lino optillen en kijken hoe het wordt.

    Desgewenst terugleggen en meer wrijven of zelfs nog eens wat extra inkt inrollen kan in dit stadium (maar liever niet)

    En dan ligt er in 10 minuten wel een eerste afdruk. Nog niet perfect, ik moet weer even handigheid krijgen, maar na een stuk of 6 afdrukken is de inkt die ik op de glasplaat had op, en heb ik 3 redelijke afdrukken.

    En toen ging het een beetje mis. Of niet mis, maar toen dwaalde ik in elk geval even af. Eigenlijk was mijn plan om nu de andere manieren van afdrukken te proberen, maar uhm, ik zag ook nog mogelijkheden om de lino beter te maken. Als ik toch ruimte voor verbetering zie, moet ik dan nu stug verder en afdrukken gaan maken van een plaat die niet optimaal is? Nee, dan toch liever eerst verbeteren waar ik kan.  Alleen kost dat laatste aanzienlijk meer tijd; alles wat ik nu wegsnij ben ik kwijt, dus lang kijken, goed nadenken, en zelfs pas morgen verder…

    De dag erna ben ik er zeker van, er kan nog nier en daar wat bijgesneden worden. Heel voorzichtig aan de slag, hier een zwart streepje weg, daar een zwart streepje net wat smaller…

    En dan weer afdrukken, weer gewoon een handafdruk, net als gisteren, dan kan ik tenminste goed vergelijken. En dus weer papier invochten, inkt uitrollen, de plaat ininkten, en aan de slag met de lepel. Beter, misschien nog een paar kleine puntjes? Proefdrukken in de boekenkast, en weer een avond en nachtje betijen.

    En dan na nog wat heel voorzichtig en minimaal bijsnijden kan ik een rondje serieuze drukken maken.

    Verbazend hoveel verschil een paar streepjes wegsnijden in het geheel maken, ineens licht de hele diepte van het landschap op.

    Al met al ben ik eigenlijk best wel gelukkig met deze lino. Een idee van ruim 10 jaar geleden dat nu eindelijk echt vorm heeft gekregen. Het levert zelfs een lino op die ik aan de muur wil hebben, in plaats van op het prikbord...

    En op dit moment heb ik eigenlijk meer zin in nog een lino snijden –er zijn nog wel wat ideeën- dan in afdruk experimenten doen met deze plaat… Ik dwaal de komende week nog wat verder van de afdruk experimenten af vrees ik. Het is lino tijd…

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 4 keer bekeken

  • linoleum snijden

    10 juni 2017

    De vorige week was ik hier gebleven:

    Een betekende plaat linoleum, klaar om te snijden.

    Ik had wat experimenten in gedachten bij dat snijden. Bij de Japanse houtsnede wordt eerst met een recht mes de omtrek van elk vlak gesneden, om daarna de ruimte ertussen met een guts vrij te maken. Even op een rijtje:

    Bovenaan zo’n recht mes voor contouren uitsnijden. Daaronder een smalle U-vormige guts, een smalle V-vormige guts en een brede U-vormige guts. Ik heb eigenlijk nooit met die rechte messen gewerkt, ik heb contouren altijd met de smalle U- of V-vormige guts gedaan.

    Dat rechte mes wordt als een soort van dolk rechtstandig vastgehouden, alsof je de plaat wilt vermoorden.

    De bedoeling van die manier van snijden is dat je het mes wat vrijer kunt draaien. Ik heb dat dit keer geprobeerd, maar voor mij was het geen succes. Het rechte mes wilde nauwelijks door het linoleum glijden, het liep stroef en vaak vast, en er was geen sprake van ‘vrijer’ snijden. Het mes op een meer normale manier vasthouden leverde weinig winst op:

    En zelfs –in de hoop dat het goedkope wisselmesje gewoon niet scherp genoeg was- een afbreekmesje leverde eigenlijk geen winst op.

    Het werkt voor mij alleen in hele kleine rechte hoekjes die ik moet snijden, en daarvoor gebruikte ik het altijd al. Misschien doe ik het niet goed, of misschien is het taaie linoleum toch anders snijden dan het hout dat voor Japanse houtsneden gebruikt wordt…

    Terug naar de smalle V-vormige guts dus.

    En zo ben ik deze week verder gegaan. Op zich was deze lino niet zo heel veel werk, als ik even serieus door zou rammen moest ik dit wel op een halve dag gesneden hebben, maar net als bij het ontwerpen heb ik me de tijd genomen. Wat ik wegsnij is weg, dus her en der heb ik wel een dagje tegen het ding aan zitten kijken, twijfelend of ik de tekening precies zou volgen, of toch sommige stukjes iets anders zou doen. Ik heb aan de rechterkant toch al iets meer weggesneden in de lucht dan in het oorspronkelijke ontwerp, en ook in de voorgrond van het water heb ik iets ‘speelser’ gesneden dan  in het ontwerp was getekend. Overigens moet ik ook nog eens ooit echt een hele lino spenderen aan water voor een lino ontwerpen en snijden. Maar dat komt een andere keer… Nu eerst eens verder met deze. Vanmiddag heb ik het laatste water gedaan, al zie ik een paar plekken waar ik vermoedelijk na de eerste proefdrukken nog wel wat aan wil doen.  Maar hier zijn we nu:

    De komende week (weken) ga ik verschillende manieren van drukken proberen. Ik begin met de roller en handdruk die ik altijd gebruikt heb, maar ook een Japanse manier en de was-wringer staan op het programma.

    In zekere zin is dit een gemakkelijke lino voor wat drukken betreft. Geen grote zwarte vlakken die moeilijk egaal diep zwart te drukken zijn. Geen grote witte vlakken waar al snel wat vervuiling van de weggesneden plaat een probleem maakt. De berg rechts is wel zwart, maar niet heel groot en eventuele onregelmatigheden storen daar wat minder, die verlevendigen hooguit het vlak een beetje. En de witte berg links is hopelijk zo gesneden dat eventuele ‘vervuilingen’ uit het weggesneden deel ook de berg wat aanvullen. De smalle ritmische zwarte lijnen laten zich doorgaand wel gemakkelijk goed drukken, en daar bestaat deze lino voor het grootste deel uit. En de maat heb ik ook zo gekozen dat ik gewoon met vellen A-4 papier aan de slag kan, Gemakkelijk voor drukken is hopelijk ook gemakkelijk voor verschillende manieren van drukken...

    Op naar de volgende ronde.

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 9 keer bekeken

  • Een nieuw begin met linoleum

    3 juni 2017

    Ha, eindelijk weer eens een nette werkweek. Ik ben begonnen met een lino. Ik wil dingen proberen op het gebied van tekenen (minder snel met een volgende stap beginnen, meer tijd nemen), op het gebied van snijden (Japanse manier van eerst met een recht mes de contouren uitsnijden, en dan de rest wegsteken) en drukken (was wringer of Japanse manier van drukken).

    Dit was dus waar we de vorige week gebleven waren;

    Een oude proefdruk van een lino waar ik de plaat van kwijt ben. En het leek me geen slecht idee om met dat ontwerp aan de slag te gaan omdat ik wat dingen op lino gebied wil uitproberen.

    Omdat ik alle tijd heb, en omdat ik het toch elke keer wat beter dan de vorige keer wil proberen te doen, heb ik de lino niet rechtstreeks overgenomen. Ik ben opnieuw aan’t tekenen geslagen, wel meteen op linoleum, maar toch even kijken of ik het ontwerp nog wat kon verbeteren. En jawel, meer tijd nemen betekende dat er heel wat te verbeteren was.

    Redelijk gelijk aan het uitgangspunt, alleen wat gefrutsel met huisjes rechts dat me uiteindelijk geen goed idee leek. En de rotswand rechts wil ik licht houden, alsof hij door een lage zon verlicht wordt. Maar die zou op de afdruk links komen (spiegelbeeld). Voor de kijkrichting zou het beter uitkomen als die lichte rotswand rechts in de afdruk komt, en als de tegenoverliggende donkere schaduw rotswand links ligt. Hele tekening uitgummen en omkeren? Ik heb de tijd; maak gewoon een 2e tekening op een 2e stuk linoleum. Dan kan ik beide ideeën echt vergelijken.

    Al tekenende veranderde er meer. Weg met de huisjes, rotsen op de voorgrond als ik zo nodig kleinere details wil hebben. Die rotsen moesten even groeien. In de loop van een paar dagen heb ik die een paar keer getekend, telkens wat groter dan de vorige keer. En de achterste bergenrij mocht misschien wat lager, wat verder weg. En nog wat lager. En de lucht moest dan ook de andere kant op komen…

    Daarna ben ik beide tekeningen in inkt gaan zetten. Stukje zeep op tafel, penseel in Oost-Indische inkt, penseel met inkt even over de zeep halen, en dan op het linoleum tekenen. Hieronder is de (gedeeltelijk) geïnkte versie van de eerste tekening (water en rotswand links niet af):

     

    En dit is de geïnkte versie van tekening 2:

    En toen het wezenlijke van meer tijd nemen. De beide lino’s hebben de dagen daarna in de boekenkast gestaan, zodat ik er de hele tijd tegenaan kon kijken.

    Dat leverde ook weer nieuwe inzichten op. De rij donkere bergen in de verte sluit die verte af, het fjord wordt meer een vijver, niet in het oneindige uitlopend. Ik had die rij bergen tijdens het tekenen al lager en lager gemaakt, wat nu als ik die rij eens helemaal wegliet? Dit is de huidige versie geworden::

    Voorlopig hou ik het hierop. Over lucht en water twijfel ik nog steeds, maar voor een deel denk ik dat ik sommige dingen ook beter kan bewaren voor als ik ben aan’t snijden. Dan verandert het karakter van de tekening sowieso, en ik begin ook meestal met wat te weinig wegsnijden, zodat ik later eventueel wel nog verder kan gaan (terugplakken na wegsnijden is wat problematisch)

    De uiteindelijke lino afdruk wordt dus in spiegelbeeld, maar voor die tijd ben ik wel weer een weekje verder. Of twee. Tijd voor snijden en ook op dat gebied wat dingen proberen.

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 14 keer bekeken

  • ongeïnspireerd gepruts en serieus gepieker

    27 mei 2017

    De afgelopen week wilde het niet zo lukken. De eerste echt zomerse dagen hebben sowieso de neiging me wat lam te slaan, en ik zit momenteel een beetje met het probleem dat ik teveel verschillende dingen wil, en niet kan kiezen. Het tekenen deze week was dan ook meer een plichtmatig geklungel dan serieus tekenen. En dat levert zelden wat goeds op:

    Ik zit eigenlijk momenteel meer aan lino’s te denken, maar daar kom ik niet echt op gang omdat ik de hele tijd zit te twijfelen tussen meer-kleuren drukken en puur zwartwitwerk. Beiden hebben hun charmes, en tegelijk zijn ze eigenlijk niet te combineren; kleurendrukken zijn zorgvuldig geplande projecten, een tekening opgesplitst over een aantal platen, met veel zeer precies werken.  Daarentegen zijn de zwartwit prenten die me voor ogen staan in feite hele losse, expressieve dingen. Dat laatste is in schilderen redelijk mijn stijl, maar in tekenen of lino’s lukt het me niet echt om in dat soort vormen te denken.

    De afgelopen week kreeg ik eindelijk een besteld boekje in handen; Mad Man’s Drum, van Lynd Ward. Grafische prenten, in stijl een beetje a la Frans Masereel of Aad de Haas.

    Iemand die in de eerste helft van de 20ste eeuw een anatal boekjes maakte met prenten die samen een verhaal moesten vertellen (een soort van stripverhaal zonder tekst.

    Helaas viel het allemaal wat tegen. Eén probleem is dat het bij nader inzien volgens mij houtgravures zijn in plaats van houtsnedes (zoals op het boekje en in alle beschrijvingen staat). Houtgravures worden in ‘kops’ hout gemaakt (je kijkt tegen de uiteinden van de nerf aan, niet tegen de lengterichting van de nerf) waardoor ze fijner kunnen zijn, en een aantal zaken mogelijk zijn die in houtsnede (of linoleumsnede) eigenlijk niet kunnen.

    Als ik kijk naar de arcering in de koets of de fijne lijnen in de lucht dan schreeuwt dat houtgravure… Een bijkomend probleem is dat de prenten in het boek vermoedelijk fors verkleind zijn, maar zonder verdere gegevens weet ik niet hoeveel. De ware grootte van een prent maakt nogal wat uit, sterk verkleint kan een prent ene hele andere indruk maken Al met al leer ik van dit boekje minder van dan gehoopt.

    Op dit moment komen de beste voorbeelden nog steeds uit een heel oud boekje dat ik al heel lang heb; ‘De Linogravure’ van Erremes

    Daarin staan genoeg voorbeelden in de richting van wat ik zou willen, maar pogingen om in die richting te tekenen willen niet erg lukken

    De laatste keer dat ik een reeks lino’s maakte was dat van Sittard, en dat werden toch meer de te nauwkeurige tekeningen dan de expressieve dingen die ik eigenlijk wilde. En mijn huidige pogingen tot Sittard tekenen gaan dan precies de andere kant op dan ik eigenlijk zou willen…

    Misschien moet ik even met iets anders beginnen. Er hangt hier al jaren een proefdruk van een lino op het prikbord waarvan ik de plaat kwijt ben. En eigenlijk gaat die nog het meest in de richting die me voor ogen staat.

    Nu zijn mijn tweede pogingen tot iets maar zelden succesvol, maar misschien zou ik de komende week toch gewoon hiermee moeten beginnen. Gewoon een nieuwe plaat snijden, en dan eens een paar verschillende manieren van afdrukken testen die ik al lang wil proberen (de wringer, maar ook Japanse handdrukken met rijst-lijm en waterverf).

    Met alleen piekeren kom ik ook niet verder, soms moet er gewoon gewerkt worden. Het probleem is dat dat werken om maar gewoon te werken weer meestal tot ongeïnspireerd gepruts leidt…

     

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 16 keer bekeken

  • Als het toch over van alles moet gaan…

    21 mei 2017

    Ha, twee blogjes deze week, al is dit wel even wat anders. Ik heb wel ooit geschreven dat mijn leven als geheel een kunstwerk is (al zal het weinig museale aandacht trekken) en eigenlijk wil ik in dit blog over van alles wat me bezig houd schrijven. Meestal komt dat er niet van en neig ik telkens weer ertoe me tot meer concrete kunst te beperken. Nu maar eens even bewust buiten mijn bootje stappen.

    Ik ben de laatste tijd weer druk met brood bakken bezig. Dat loopt op gegeven moment af; als de zomerse temperaturen eenmaal toeslaan heb ik niet meer zo heel veel zin in een slecht geïsoleerde oven van 230 graden. Maar nu loopt het toch nog even door.

    Aangespoord door een documentaire (Joanna Lumley’s Trans Syberian Adventure) waarin een Russisch zwartbrood werd aangeprezen (Chernyi Hleb of zoiets) werd heb ik wat op internet zitten spitten. Het doorworstelen van door Google ‘houtje-touwtje’ Translate vertaalde Russische pagina’s viel niet mee, extra tegengewerkt doordat er blijkbaar een Russische film of tv-serie uit 2015 is die ook ‘Chernyi Hleb’(zwartbrood) heet. Echte recepten heb ik niet gevonden, behalve een recept in het Engels dat me vooral Amerikaans leek (zuurdesem vervangen door gist en wat azijn, cacaopoeder of oploskoffie als ingrediënten?). Maar her en der lezend denk ik wel dat ik een redelijk idee kreeg van wat het brood moest zijn. Karwijzaad (een wat krachtiger familielid uit de komijnenzaad-stal), ui of uienpoeder, en een mengsel van graansoorten zoals ik dat ook bij veel Duitse broden ben tegengekomen; volkoren roggemeel, volkoren tarwemeel, en wat bloem om de zaak bij elkaar te houden. Ik ben maar eens aan de slag gegaan.

    Het eindresultaat was echt verrassend, een stevig brood met een sterke en voor mij volstrekt nieuwe broodsmaak. In eerste instantie was het sowieso even aan de smaak wennen, en daarna kwam ik erachter dat de smaak van het brood al mijn broodbeleg overmeesterde; ham, gewone kaas, jam; je proeft alleen nog het brood! Na wat experimenteren bleek de oplossing ander beleg te zijn; een pittig Piccolini droogworstje smaakte prima bij dit brood. En stevige oude geitenkaas proef je best boven dit brood uit. Ha, boterhammen met haar op de borst!

     

    Voor wie zelf aan de slag wil:

    • Levend zuurdesem (half roggemeel en half water)
    • 120 gram volkoren roggemeel (Zuidmolen)
    • 200 gram Duits meel type 550 (vergelijkbaar met tarwebloem)
    • 200 gram dunkles weizen 1050 (vergelijkbaar met volkoren tarwemeel)
    • 120 + 250 gram water
    • 8 gram zout
    • 20 gram schenkstroop (eigenlijk melasse, maar die had ik niet gevonden)
    • 15 gram karwijzaad
    • 7,5 gram uienpoeder

     

    2 dagen tevoren ‘s avonds desem activeren:

    25 gram roggemeel en 25 gram water met 25 gram desem mengen Tip van internet; desem gebruiken als het volume maximaal is, 8 tot 12 uur na het voeren. Als het desem weer zakt wordt het zuurder. Andere tip: optimaal desem drijft op water?

     

    Avond tevoren (desem gerezen, nog niet gezakt) ’s avonds half 11 voordeeg maken:

    • 120 gram water aan levend desem toevoegen, goed roeren
    • 120 gram roggemeel toevoegen, zo goed mogelijk mengen
    • Wegzetten op aanrecht met plastic afgedekt.

     

    bakdag (11 uur na voordeeg maken, volop leven en gaten in het voordeeg)

    • 25 gram voordeeg afwegen, bijvoeren en wegzetten in potje
    • 250 gram net niet lauw water afwegen,
    • 20 gram schenkstroop afmeten en door water roeren
    • 200 gram voordeeg aan water toevoegen, goed doorroeren
    • 200 gram Duits 550 meel afwegen
    • 200 gram Duits dunkles weizen meel 1050 afwegen, melen goed mengen
    • 15 gram karwijzaad en 7,5 gram uienpoeder afwegen en door meelmengsel roeren
    • 8 gram zout afwegen en door meelmengsel roeren
    • 09:30 uur: Water-voordeeg mengsel aan meel toevoegen, omroeren
    • Mengsel 30 minuten rust geven.
    • 10:00 uur: 5 min. ‘kneden’ door omroeren en deeg van rand naar midden vouwen met spatel. Telkens deeg rekken en omscheppen, kom beetje draaien voor elke keer scheppen, dan half uur rust. Dit in het totaal 4 keer (2 uur) Slap en plakkerig deeg!
    • 12:00 uur: Op goed bemeelde plank kneden deeg uitstorten, deeg nog steeds erg slap en plakkerig, voelt wat korrelig aan (is dat het karwijzaad?). Bol vormen door bemeelde onderkant omhoog te vouwen, als bol gevormd is bemelen en brood op spanning brengen door draaien.
    • Brood vormen in bemeelde rijskom doen, bestrooien met meel, afdekken.
    • Narijs 3 uur in keuken. (23 graden, rijst snel, na 2 uur rijsmandje helemaal vol).
    • Oven 20 minuten voorverwarmen op 230 graden met gietijzeren ketel en deksel in oven.
    • Brood uit rijsmand eerst op bakpapier leggen en dan met bakpapier en al in ketel leggen, inknippen en besproeien. Zakte wat in, en was eigenlijk te groot voor de ketel.
    • 20 minuten met deksel op ketel bakken op 230 graden,  daarna nog 20 minuten zonder deksel op 230 graden.

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 22 keer bekeken

  • Een la indelen

    20 mei 2017

    Hoe moeilijk kan dat zijn? Het vorig jaar heb ik mijn nieuwe kast/bureau getimmerd, en een van de klusjes die daar nog voor lagen was een indeling in een van de grote lades maken om mijn pijpen op te bergen.

    Toen ik de kast maakte had ik daarvoor al meteen van afvalhout wat strips triplex bewaard. Kleine bakken waar telkens 2 pijpen inpassen, en daarop een plank met nog eens een laag van die vakjes. Simpel toch?

    Ach, we piekeren wat af. Twee of toch drie pijpen per vak? Waar passen mijn leespijpen? O ja, ik moet ook nog wat ruimte reserveren voor wat andere zaken zoals pijpenragers en doekjes. En zijn die blote houten vakken wel zo ideaal voor pijpen? Moet ik ze niet met plakvilt of zoiets bekleden? In winkels hadden ze vroeger vaak van die kartonnen dozen waar dan een stuk of 6 of 8 pijpen in lagen, keurig met satijn bekleed, zou dat niet een goed idee zijn? Alleen heb ik van stofferen helemaal geen kaas gegeten, hoe drapeer je een lap stof een beetje netjes in vakjes?

    Tijd voor toch eerst maar eens een proefprojectje dus. Ik heb de afgelopen week van karton bakjes gemaakt en die met wat stof proberen te bekleden. Gelukt!

    Hmmm, niet slecht, maar ook nog niet helemaal wat ik in gedachten had. Voorlopig is dit in elk geval beter dan het was, Mijn meest gebruikte pijpen zijn nu netjes opgeborgen en bij de hand. En als ik het ooit nog eens netter wil doen zijn er een paar dingen om goed te onthouden. Het gedrapeerde stof neemt buiten rondom de bak meer...

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 35 keer bekeken

  • tentje testen

    12 mei 2017

    Als er een nieuwe tent komt, dan is het zaak om er zo snel mogelijk op uit te gaan om het ding eens even in het wild te testen. Het voorkomt lastige telefoontjes naar winkels in de geest van ‘Nu sta ik hier op de camping, en er zitten geen haringen bij de tent’ (citaat van een vriend van me, tijdens een van onze befaamde winterkampen; de ongelovige reactie aan de andere kant was iets in de geest van ‘Maar meneer, het is nu toch geen tijd om te kamperen!’). Thuis even kijken of alles erbij zit en hoe de tent opgezet moet worden, en dan er op uit en kijken of ook alles werkt. Ik ben op de motor gestapt, naar de Moezel gereden voor een eerste nacht en een paar glaasjes witte wijn. Zeeg genoeglijk, al was de dag daarna wat mistig. Nee, niet teveel wijn; mist, echte mist!

    Ik had de dag daarvoor wel wat staan tekenen, maar dat liep nog niet echt lekker.

    In feite wilde ik eerst wat reizen en rondzwerven, en had ik dit tekenen meer in gedachten voor de terugreis. Een oude les weer eens geleerd; niet uitstellen; als de gelegenheid zich voordoet moet je er gebruik van maken…

    Maar ik wilde eigenlijk eerst verder door naar het zuiden van Duitsland rijden, naar de Pfalz (net wat lager als Luxemburg, ter hoogte van Metz). Rode rotsen en ruïnes. Leuk om te wandelen, mooi om te tekenen… Tent en luifel testen, wat prutsen op en rond de tent, scheerlijnen op maat maken en zo. En tussendoor wat kastelen en rotsen tekenen. Dus werd de tweede dag over kleine wegen vrolijk verder getoerd. Ik bleek ook weer even echt erin te moeten komen voor wat betreft bergwegen en bochten, en mijn hoogtevrees is er duidelijk ook nog niet minder op geworden. Maar goed, na een dagje van 8 uur ’s morgens tot 4 uur ’s middags rijden stond ik op een camping waar ik 17 jaar gelden ook al eens ben geweest. Tweede rondje tentje bouwen ging soepel, en nu ook de luifel erbij. En hoe was het? Nou, laat ik zeggen dat de tent en luifel getest is. Goed getest. Hij is in elk geval waterdicht.

    Heel waterdicht. Een uur na aankomst begon het te regenen, en het is min of meer blijven regenen tot ik twee nachten en een volle dag later besloot dat het wel mooi geweest was. Op naar huis maar weer!

    De grote luifel werk overigens prima, een hoop meer leefruimte, en een leefruimte waar ik gemakkelijker in en uitloop dan in mijn tent. De binnentent beschouw ik altijd als een soort van heiligdom; geen schoenen in de tent, liever geen natte jas in de tent, liever niet te vaak de tent in en uit kruipen. Alles gericht op de binnentent droog en schoon houden zeg maar. Voor de luifel gelden die beperkingen niet, en zo kon ik wat gemakkelijker af en toe eens even de benen strekken.

    Een kleine opvouwbare paraplu hielp ook wel wat, maar tekenen met schetsblok en paraplu in de ene hand en potlood en penseel in de andere hand is toch niet echt handig.

    En ondanks meer leefruimte en wat boeken bij me is een dag regen uitzitten toch houten kont werk op den duur. Nee, het werd een snelle en soepel rit naar huis. Door de regen.

    Over autowegen was het gelukkig een stuk sneller reizen. Eenmaal thuis was het vooral een kwestie van spullen drogen en weer schoonmaken; regen levert toch altijd ook een hoop prut en rotzooi op…

    .

    Maar goed, de tent doet het in elk geval. En ik heb een hoop foto’s voor documentatie gemaakt; misschien komt er nog wel wat van tekenen.

    Niet de komende week overigens, ik heb eerst nog even wat andere klusjes in gedachten; zo moet ik nog altijd wat inzetbakken in de lades van mijn vorig jaar gebouwde kast maken, om mijn pijpen netjes op te bergen. En mijn ‘this is your life kleine-foto-albums’ project zit nu ook in een eindsprint; ik heb hier iets van 250 foto’s liggen die nog weggestoken moeten worden (dat schreef ik meer dan een jaar geleden al eens wat over, onderaan deze post).

    Lees meer >> | 3 Reacties | Reageer | 46 keer bekeken

  • dienstmededeling...

    4 mei 2017

    Even geen updates, ik ben effe weg... Tentje proberen en zo!

    Lees meer >> | 2 Reacties | Reageer | 51 keer bekeken

  • Een nieuw huis

    27 april 2017

    Geen kunst. Ik ben de afgelopen weken ook met andere dingen bezig geweest, en een nieuw huis was daar eentje van. Nou ja huis… Meer een weg-van-thuis huis zeg maar. Ik heb na maanden piekeren en weken rondrijden en tenten kijken eindelijk een nieuwe tent gekocht. Met patio. Voor iemand die soms verre reizen maakt of soms in weer en wind kampeert is zoiets een hele stap. En aangezien mijn kamperen en reizen toch altijd ook wel in het teken van kunst bedrijven stond hier maar even een verslagje.

    De nieuwe tent is een Eureka El Capitan 2 Air Control geworden. Het is mijn derde versie van deze tent.

    De eerste kocht ik in 1993, toen onder de naam Eureka Yellowstone.

    Voornaamste kenmerk; voor en achter ingang met ruime luifels door een nok-stok en een 8-hoekig grondplan in plaats van de meer gebruikelijke 6 hoek. Bagage staat droog, plek om te koken, en bij draaiende wind gemakkelijk aan te passen (gewoon de andere ingang in gebruik nemen). En het was een thermische tent met sneeuwflaps; stroken doek tot op de grond voor extra isolatie. Stoer, al kampeerde ik toch vaker met regen dan met sneeuw, en werden de sneeuwflaps dan vooral modderflaps.

    Na 7 jaar en heel veel kamperen, soms onder barre omstandigheden, was de tent aan vervanging toe. Eureka maakte nog het zelfde model, met kleine aanpassingen, onder de naam El Capitan.

    Geen sneeuwflaps meer, betere ventilatie in de tent, en hij stond wat strakker dan de eerste versie. Omdat ik de laatste jaren veel minder heb gekampeerd ging deze tweede tent maar liefst 17 jaar mee, maar ondertussen was het toch hoogste tijd voor een nieuw tent.

    Vorig voorjaar begon een vriend een nieuwe tent te zoeken, en ik begon meteen maar ook voor mezelf mee te kijken. Het viel nog niet mee. Mijn manier van kamperen is wat aan’t veranderen. Vroeger was het voornamelijk ‘trekken’; elke ochtend tentje afbreken, een dag verder reizen en elke avond weer ergens anders tentje opbouwen. Maar de laatste 10 jaar ga ik ook vaker kamperen om ergens te tekenen of foto’s te maken, of om musea te bezoeken of zo. En dan blijf ik dagen op dezelfde camping. De eerste manier van reizen vraagt een tent die snel en onder de meest barre omstandigheden is op te zetten en af te breken, klein en handzaam. De tweede manier van reizen vraagt meer om een tent waarin je ook eens een beetje comfortabel een dag kunt doorbrengen. Meer ruimte, liefst onder een voortent (om het slaapgedeelte schoon en beestjes vrij te houden). De grote vraag was of ik nu twee tenten moet gaan kopen voor twee verschilldende soorten reizen, of dat ik het toch met een tent afkan... Ik heb besloten om eerst nog maar eens een compromis te proberen.

    Na een goed jaar neuzen en piekeren werd het De El Capitan 2, mijn derde versie van dezelfde tent. Een goeie trekkerstent dus. Weer kleine verschillen met de vorige versie, en zoals ik al tegen een vriend zei; Eureka geeft en Eureka neemt. Sommige verschillen zijn in mijn ogen geen verbetering, andere wel, en vaak zijn het veranderingen waar ik mijn twijfels bij heb; afwachten of iets beter of slechter is als ik er eenmaal aan gewend ben.

    Om te beginnen de grote vorm is wel gelijk, maar er lijken weer kleine aanpassingen in het patroon te zijn gemaakt. De tent staat weer net wat strakker staat dan de vorige versie. Tussen de eerste en de tweede versie die ik had was dat ook al het geval, bij de eerste versie waren voor- en achterpunt nauwelijks strak te zetten. Bij de tweede versie was dat al wat beter, en nu lijkt zowaar op alle afspanpunten een min of meer gelijke spanning te staan. En de zijkanten zijn nu minder hoog opgesneden.

    Grootste gemis bij de nieuwe tent lijkt me dat er op voor- en achterpunt geen stormlijnen meer zitten. Daar zitten nu geen ventilatietunnels meer, en daarmee is er ook geen mooie krachten-verdelende constructie meer waar die scheerlijn aan kan trekken. Hoe ernstig dat gemis is moet blijken. Overigens heeft Eureka op hun site wel een tip voor stormlijnen staan die ik ook kan gebruiken; in plaats van 4 stormlijnen nu 8 stormlijnen, niet in het verlengde van de stokken maar naar 4 haringen die op de middenlijnen van de tent staan. Ziet er uit als een goed plan, behalve voor de ingang. Ik denk dat ik dat ga doen, maar dan half, net als mijn oude tent. Aan één kant serieuze stormlijnen, dat is dan de achterkant die in de wind moet komen. En aan de andere kant een paar wat minder hinderlijke lijnen.

    Iets anders waar ik niet helemaal blij mee ben is de manier waarop de stokken nu bevestigd worden, overal koperen ogen waar het speciale stok-uiteinde ingestoken wordt. De oude constructie met een pin die gewoon in de stok werd gestoken was simpeler en in elk geval onverwoestbaar, nu zie ik in gedachten die ogen uitscheuren. Nu komt er niet idioot veel kracht op die ogen te staan, dus wie weet valt het ook wel weer mee.

    De plastic clips waarmee de buitentent aan de vier hoek-haringpunten klikt zijn ook wat twijfelachtig.

    Naar mijn ervaring met fototassen en rugzakken gaan die clips vroeger of later stuk, en ik denk dat ik er verstandig aan doe om daar meteen maar een paar reserve voor te zoeken en in het tasje met reservespul gooien. Bij vorige tenten waren die hoekpunten trouwens ook problematisch, toen waren dat metalen haakjes aan elastieken, waar eigenlijk altijd teveel kracht op kwam te staan. Daar had ik wel een oplossing voor gevonden, maar dat was ook niet ideaal.

    Deze drie onderdelen zijn wel de grootste min- of twijfelpunten. De laatste twee punten betekenen overigens ook dat er nu geen metalen haken en pinnen meer aan de tent zitten, en dat is dan wel weer winst. Vroeger was ik altijd bang dat die scherpe metalen delen bij de ingepakte tent ergens door het doek zouden schuren, het was altijd bij het oprollen van de tent een punt van aandacht.

    De oranje scheerlijnen zijn in elk geval een veel beter idee dan de stijlvolle zwarte lijnen van de vorige tent, waar je altijd je nek over brak in het donker. Of ze ook een beter idee zijn dan mijn gebruikelijke witte scheerlijnen is nog  afwachten, maar ik denk dat ik vroeger of later wel weer eigen scheerlijnen aan de tent zet, zeker met het eerder genoemde 8 scheerlijnen-idee.

    De binnentent heeft meer ventilatiemogelijkheden gekregen. Nu had ik bij de vorige versie ook al geen condens problemen meer in de binnentent (wel in de buitentent, maar dat was niet echt een probleem).

    De donkere halve cirkels en de donkere driehoekjes boven in de binnentent zijn allemaal knuttengaas ventilatieopeningen, met flaps om ze dicht te ritsen. Als het rond het vriezen zit, dan is dat toch wel aangenaam… Andere verschillen?

    De nok-stok zit nu aan de binnentent vast in plaats van aan de buitentent.

    Het wordt even wennen met opzetten, ik vond die ene stok aan de buitentent wel handig om de buitentent over de opgezette binnentent te wippen. Maar door de huidige constructie wordt de binnentent duidelijk ruimer bij de deur, en dat is ook wel mooi. Voor degene die bekend is met de geschiedenis van Eureka tenten; deze constructie doet ook wel erg denken aan hun Himalaya-expeditie-tenten uit de jaren '50.

    Verder zitten er nu zowel binnen als buiten aan de binnentent fatsoenlijke rechthoekige gaas-zakken om een bril of zaklamp in te doen, de vroegere driehoekjes werkten minder goed, en zulke zakken aan de buitenkant van de binnentent zijn een prima plek voor de zaklamp die ik alleen in en rond de tent gebruik. Goed bedacht!

    Ook werd bij deze tent eindelijk het nok-netje meegeleverd; een accessoire dat bij vorige versies los gekocht moest worden, maar dat ik nooit ergens te koop heb gezien. Ik spande altijd een touwtje door de lusjes voor het net, met als nadeel dat de luchtende en drogende sokken in mijn gezicht hingen… Het lijkt weinig, maar details zoals goeie bergruimte ingebouwd in een tent zijn echt pluspunten bij veel gebruik.

    En de tent kwam keurig met een ferme lap zelfklevend reparatiemateriaal in de kleur van de buitentent. Ik heb daar altijd van die zilverkleurige gaffer-tape voor bij me gehad, zal die ook wel blijven meeslepen, maar dit is toch een net extraatje.

    De tarp is mijn eerste poging voor meer leefruimte als ik ergens langer blijf. Dat laatste komt tegenwoordig vaker voor dan vroeger; drie dagen op een camping om in de buurt te tekenen of te vliegeren. In feite is een tarp gewoon een grote lap die je op de een of andere manier met wat stokken en scheerlijnen in de lucht afspant. Een extra luifel en een knutsel-oplossing. Ze zijn zeker niet stormbestendig, maar bieden bij wat minder avontuurlijk weer wel bescherming tegen zon en regen.

    De term Tarp is misschien nieuw, de oplossing van een extra voorzet-luifel is dat zeker niet. Zelzate, 1963:

    Pa had van transparant plastic een enorme voorzetluifel voor de tent gemaakt. Tot op de dag van vandaag heb ik een hekel aan transparant plastic raampjes in tenten, door de eindeloze dagen van regen die ik als kind langs doorzichtig plastic omlaag heb zien druipen. Voor mij een beeld van absolute troosteloosheid. En dat terwijl volgens mij die luifel vooral voor mij bedoeld was; een plek om te spelen als het slecht weer was... Maar effectief is zo'n extra luifel wel; gebruiken indien nodig, weglaten als dat handiger is.

    Ik kwam een tarp van Eureka tegen die speciaal voor koepeltentjes bedacht was. Goedkoper dan wanneer ik het zelf zou maken leek me, al zou ik het zelf vermoedelijk wel wat degelijker en handzamer kunnen maken. Maar dan is het al snel ook groter en zwaarder om mee te nemen.

    In dit geval is het een soort van tunnel die over de tent gaat en dan voor één ingang een grote overdekte ruimte moet bieden. Een plek om uit de zon of uit de regen toch buiten te zitten en wat te lezen? Het wordt even afwachten hoe goed dit bevalt. Het alternatief was een andere, grotere tent kopen, maar die was dan weer minder geschikt voor mijn wat avontuurlijkere reizen; teveel werk met opzetten, meer ruimte nodig en dergelijke. Met dit tentje en de tarp hoop ik flexibeler te zijn; geen tarp bij dagelijks verder trekken, wel de tarp als ik ergens een basiskamp inricht voor meerdere dagen.

    Tot mijn verbazing lijkt het ontwerp van deze Eureka ‘Backpacker Annex Tarp’  speciaal aan mijn tent aangepast re zijn. De bogen langs de onderrand wekken tenminste sterk die indruk.

    Het was nog wat geklooi met opzetten, maar uiteindelijk had ik hem best wel redelijk staan. Ik moet daar nog wat meer mee experimenteren, en als ik er helemaal uit ben moet ik een aantal scheerlijnen netjes op maat maken voor sneller en gemakkelijker opzetten.

    In elk geval levert de tarp inderdaad een ferme leefruimte op.

    De haringen die erbij zaten zijn een ramp, kleine scherpe v-haringen waar troep en grond in blijft zitten, die pijn deden aan de handen bij het de grond in drukken en die een voortdurende bedreiging van het tentstof vormen. Gelukkig heb ik de haringen van mijn oude tent om ze meteen maar te vervangen. En het lijkt erop dat ik tent en tarp samen in mijn normale tent-zak krijg. Al met al niet veel groter dus.

    Ja, ik ben wel blij met het nieuwe speelgoed. Op zich ziet dit er uit als iets dat zou kunnen werken.

    Hehehe, de Tarp doet de tent ineens op een soort van Hobbit-hol lijken. Daar kan ik wel mee leven. Volgende week nog niet, maar binnenkort wordt het weer eens tijd voor een weekje kamperen…

    Lees meer >> | 2 Reacties | Reageer | 476 keer bekeken

  • Wat ik niet heb gedaan…

    22 april 2017

    Deze week een korte blogje. Ik had een plan, vooral voor de komende week eigenlijk, maar dat gaat even niet gebeuren. In feite heb ik vooral weer eens een weekje lekker gelezen

    De bedoeling was eigenlijk om de afgelopen week mijn kampeerspullen eens door te lopen, en dan de komende week er op uit te gaan. Een weekje kamperen, liefst met niet al te best weer, om mijn kampeerroutine weer eens een beetje aan te scherpen. Het huidige frisse en wat grijze weer was eigenlijk precies wat ik daarvoor nodig had. Alleen uhm, echt zin krijg ik daar niet van.

    En wat erger is, de afgelopen week kwam ik er ook achter dat paasvakanties een ding uit het verleden zijn; het heet nu meivakantie, en is niet de week na Pasen, maar de week daarna, de laatste week van april. Had ik moeten weten, op de school waar ik werkte was de paasvakantie ook al jaren uit de mode, maar ik blijf dat vergeten. Maar goed, dat betekent in elk geval niet de lege campings die ik in gedachten had. Toch maar even niet dus. Geen kamperen.

    En waar had die reis dan heen moeten gaan? Ik had de Eiffel en Moezel in gedachten; het barst daar van de kastelen en ruïnes. Een mooie kans om eens wat andere gebouwen te tekenen, nu dat hier in Sittard nog niet zo wil lukken.

    Zoiets dus.

    Helaas, zit er nu niet even in. Komende week toch nog eens hier in Sittard proberen? Of nog wat meer, net als bij de bovenstaande tekening, aan de hand van foto’s werken?  Of ga ik eerst nog eens wat laden te lijf? Ik merk in elk geval dat ik het opruimen niet meer te lang moet laten duren; ik wil wel weer met andere dingen bezig zijn. Toch maar weer wat sneller dan gepland afronden, en dan ga ik bij een andere gelegenheid wel weer wat verder.

     

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 47 keer bekeken

  • Meer blogs >>