gevechtspauze
Ik heb zojuist een tweedelige documentaire zitten kijken, Vrije Geluiden van de VPRO, over Glenn Gould. Ik weet weinig van muziek, ben ook geen goed luisteraar. Af en toe kom ik iets tegen dat me bevalt, en dat koop ik, of kopieer ik als ik twijfel. Glenn Gould kwam ik een paar jaar geleden tegen, een pianist die soms hoorbaar bromt en neuriet tijdens het spelen, en die sneller en langzamer, harder en zachter door een stuk stuitert dan de bedoeling lijkt. Ik heb een cd met wat Bach dingen van hem. Ik kan niet heel goed uitleggen wat zijn uitvoeringen zo aantrekkelijk maakt, maar ergens hoor ik een soort van lol in het spelen die de partituur overstijgt. En nu zie ik hem in die documentaire. En ik herken wat hij zegt. In eerste instantie vond hij concerten wel leuk, ze gaven een gevoel van macht, leuk als je jong bent. Maar die lol is een dun fineertje dat snel slijt. Herhalen wat je al weet, geen spanning van proberen en experimenteren. Uiteindelijk probeer je er alleen nog met zo weinig mogelijk inspanning zo snel mogelijk doorheen te komen. Na zijn 32ste deed hij geen optredens meer. Hij werkte daarna in studio’s, experimenterend, fantaserend, spelend als een kind. Hij hanteert een partituur zoals ik de werkelijkheid gebruik voor mijn werk: een aanleiding, een wirwar waardoor je je een weg baant, zoekend naar het eigene.
